Alimentatie

alimentatie

Onderhoudsverplichting

Bij een scheiding vervallen de meeste verplichtingen tussen de partners. Dit geldt niet voor  de onderhoudsverplichting ten opzichte elkaar na een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Bovendien zijn ouders wettelijk verplicht om hun minderjarige en jongmeerderjarige kinderen financieel te onderhouden. Deze onderhoudsplicht noemen we ‘alimentatie’.

Partneralimentatie

Vaak is er tijdens een relatie een bepaalde taakverdeling tussen de partners. De een werkt bijvoorbeeld meer buitenshuis, de ander zorgt meer voor het huishouden en eventuele kinderen. Een scheiding brengt met zich mee dat ieder voor zich gaat zorgen. Voor de minst verdienende partner kan dit tot gevolg hebben dat er – ondanks een eigen inkomen – behoefte is aan een bijdrage van de meestverdienende partner om de levensstandaard die tijdens het huwelijk gebruikelijk was zo veel mogelijk in stand te houden. Natuurlijk moeten beiden zich inspannen om na de scheiding zoveel mogelijk in eigen levensonderhoud te voorzien, maar soms is het eigen inkomen ontoereikend en in dat geval zal de meestverdienende partner, de alimentatieplichtige, aanvullende alimentatie aan de ex-partner moeten betalen.
De hoogte van de alimentatie is afhankelijk van de draagkracht van de alimentatieplichtige. Die moet de bijdrage natuurlijk wel kunnen betalen. Gekeken wordt naar het inkomen van de alimentatieplichtige en diens vaste lasten, zoals woonlasten, premie van de zorgverzekering, aflossing van schulden, zorgkosten voor de kinderen en de te betalen kinderalimentatie. Als er na betaling daarvan nog draagkrachtruimte is, wordt de alimentatieplichtige geacht daarvan alimentatie aan de ex-partner te betalen.

Als u gaat scheiden kunt u in onderling overleg een bedrag voor partneralimentatie afspreken en vastleggen in een convenant. U kunt ook de rechter vragen om een beslissing. Dit kan zowel tijdens de echtscheiding, als daarna. Als er sprake is van gewijzigde omstandigheden kan ook een wijziging van de bijdrage worden verzocht.

In de Tweede Kamer wordt gesproken om de partneralimentatieregels te versoberen en te vereenvoudigen. Over de tussenstand kunt u verder lezen in het artikel op de nieuwspagina: Beperking duur partneralimentatie (een tussenstand).

Kinderalimentatie

Na een scheiding blijven beide ouders verantwoordelijk voor het betalen van de kosten van verzorging en verzorging van hun kinderen, zelfs als er geen sprake is (geweest) van een huwelijk en als de ouders niet hebben samengewoond. De onderhoudsverplichting tussen ouders en kinderen is op dit moment wettelijk geregeld totdat de kinderen 21 jaar zijn. In het initiatiefwetsvoorstel kinderalimentatie van PvdA en VVD, dat op 17 februari 2015 is ingediend bij de Tweede Kamer, verschuift deze leeftijd naar 23 jaar voor studerende kinderen. Als kinderen niet studeren eindigt de verplichting om alimentatie voor kinderen te betalen volgens het wetsvoorstel zodra zij 18 jaar zijn.

Uitgangspunt voor de bijdrage van ouders voor hun kinderen is dat de kinderen er door een scheiding niet of zo min mogelijk financieel op achteruit mogen gaan. Het inkomen van de ouders voor de scheiding bepaalt dus de behoefte van de kinderen aan een bijdrage na de scheiding. Vervolgens wordt er gekeken wat de draagkracht van beide ouders is, wat zij kunnen bijdragen. Als beide ouders inkomen hebben, wordt hun draagkracht onderling vergeleken. Ook wordt rekening gehouden met de zorgverdeling tussen de ouders.

Een stiefouder, met wie een ouder is getrouwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, is volgens de huidige wetgeving op dezelfde wijze als de eigen ouder wettelijk verplicht om bij te dragen aan de kosten van de kinderen van diens partner, zolang zij samen een huishouden vormen. In het initiatiefwetsvoorstel van PvdA en VVD blijven alleen de eigen ouders verantwoordelijk voor het betalen van de kosten van hun kinderen.

De alimentatie voor minderjarige kinderen wordt betaald aan de ouder bij wie de kinderen zijn ingeschreven. Deze ouder ontvangt ook de kinderbijslag en het kindgebondenbudget.

Sinds 1 april 2013 bepalen rechters grotendeels aan de hand van standaardtabellen wat een kind nodig heeft en wat de ouders kunnen bijdragen. Deze tabellen zijn te vinden op internet. Ook het wetsvoorstel kinderalimentatie gaat uit van vaste normen en forfaitaire bedragen voor kinderalimentatie.

In sommige gevallen kan de rechter van de tabellen afwijken, omdat de uitkomst in redelijkheid onaanvaardbaar is, bijvoorbeeld als er schulden zijn die samenhangen met de relatie, welke (grotendeels) door een van de beide ouders worden afgelost of als er voor de kinderen bijzondere kosten gemaakt worden. Kinderalimentatie heeft volgens de wetgever voorrang op andere onderhoudsverplichtingen. In het wetsvoorstel kinderalimentatie wordt de voorrang van kinderalimentatie verder uitgebreid.

Jongmeerderjarigen

Momenteel kan van jongmeerderjarige kinderen totdat zij 21 jaar worden niet geëist worden dat zij in hun eigen levensonderhoud moeten voorzien. Wel kan op grond van de redelijkheid en billijkheid rekening gehouden worden met hun eventuele eigen inkomsten. De bijdrage van ouders aan hun jongmeerderjarige kinderen wordt geen kinderalimentatie meer genoemd, maar een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie. In principe wordt deze bijdrage aan het kind zelf betaald, maar vaak wordt afgesproken dat als het kind nog bij een van de ouders thuis woont de bijdrage aan die ouder wordt betaald. Ook voor een kind dat ouder is dan 21 jaar, maar nog studeert, kunnen de ouders onderling afspraken maken om te blijven bijdragen zolang het kind in overleg met de ouders en met redelijke resultaten studeert. Over de bijdrage aan een meerderjarig kind kan alleen door het kind zelf worden geprocedeerd.

Meer informatie over alimentatie?

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of wilt u een (her)berekening laten maken van uw alimentatie, neem dan contact op via het contactformulier.